Jaguar Mark 2

Snelle Feitjes: 

Merk: Jaguar
Type: Mark 2

Bouwjaar: 1966
Motor: 6 cilinder in rij

Cilinderinhoud: 2483cc
Vermogen: 120hp, maar er slapen er meestal een paar.

Gewicht: ~1440kg

Topsnelheid: Voor de wind 180km/h.

0-100km/h: Aankomen is belangrijker.

Versnellingsbak: 4 versnellingen en een overdrive

Koppeling: Ja.

Milieu: Bestond nog niet in 1966.

Status: Straatlegale luxe tourer, soms gebruikt voor trackdays maar vooral voor auto-tripjes.

Bij Botspeed sinds: 1979

2010

 


De aankoop

 

Te koop Jaguar MK2, prijs 2500,- gulden. Dit was zo ongeveer het belangrijkste wat ik las in de superdikkezaterdageditie van de Telegraaf begin juli 1979. Dit kon alleen maar een sloopauto zijn was de gedachte, toch maar even bellen. ‘Ja, de auto ziet er nog prima uit en natuurlijk rijdt ie, alleen zit er een deuk in de gril en de mascotte is er met een hamer afgeslagen na een overnachting in hartje Amsterdam.’ Aangekomen in Vinkeveen en loerend in de weilanden opzoek naar die zogenaamde topauto kwamen we terecht in een nette wijk met een glimmende mk2 voor de deur. Grapje? Nulletje over het hoofd gezien? De koop werd gesloten en ik keerde verdoofd huiswaarts. De auto zou later opgehaald worden door mijn oom omdat voor mij i.p.v. een Jaguar een reis van 4-6 weken voor de deur stond. En dan een week later.. Wat lees ik nu? Te koop Jaguar MK2, prijs 2500,- gulden. Hoe kan dit? #++!!&! Dit móét dezelfde krant zijn! Dat was het dus niet en probeer daar midden op zee maar eens een logisch verhaal van te maken. En of dat niet genoeg was verscheen in een volgende editie van deze superdikkezaterdagkrant opnieuw Te koop Jaguar MK2, prijs 2500,- gulden. Om gek van te worden anno 1979 zonder GSM, E-mail, twitter,sms. Dus onmiddellijk een brief naar huis en twee weken later “al” het verlossende antwoord: Auto staat thuis en de hele familie is mee geweest voor een ritje. Mogelijk heeft de verkoper drie plaatsingen in één keer betaald omdat hij haast had om van de auto af te komen, iets anders kan ik niet bedenken. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1979.


Ongeremd plezier

 

Hij rijdt lekker, zei mijn vader, maar de remmen vallen wat tegen. De remprocedure bleek als volgt: Je houdt het stuur met beide handen stevig vast, zet je schrap in de stoel en trapt dan zo hard als je kunt op het rempedaal. Zorg wel dat de axiale hoogteverstelling van het stuur vast zit anders schuift dit naar je toe en verlies je het momentum… Maar na een poosje verlies je niet alleen het momentum maar ook al het gevoel in je rechter been. In de boekjes stond dat de auto als eerste productie saloon was uitgerust met vier bekrachtigde schijfremmen. Op de achterbumper werd met een plaatje, waarop te lezen stond ”DISC BRAKES”, het achterliggende verkeer gewaarschuwd voor dit fenomeen. Wat ons betreft had men er verstandiger aan gedaan om dit plaatje op de voorbumper te monteren. Want waar zat die zogenaamde bekrachtiging dan wel!? Allemaal mooie autoverkoperpraatjes, wij wisten wel beter. Maar na een poosje sloop er toch twijfel in ons. Uiteindelijk bleek in de wielkast een nestkastje te zitten, althans daar leek het op. Een eivormige bol met allemaal gaten erin die ooit dienst deed als vitaal onderdeel van het vacuümcircuit. U begrijpt het al, na dit onderdeel vervangen te hebben was het afremmen kinderspel. Toen openbaarde zich echter een tot dan toe irrelevant probleem: Hoe houden we de boel op gang.


 Oliesjiek

 

Nu de remmen hun mannetje stonden werd de aandacht voor het voorliggende verkeer langzamerhand verplaatst naar het achteropkomende. We konden nu eindelijk eens lekker in de achteruitspiegel met anti-verblindingsstand kijken. Deze luxe gadget bleek overbodig. De knalpijp braakte dusdanige rookwolken uit dat van verblinding geen sprake kón zijn. Wat als een private sensatie begon breidde zich langzamerhand naar de buitenwereld uit: Ik was permanent in de wolken!

Vóór de aanschaf had ik berekend dat bij een benzineprijs van fl 1,50/l ik in staat was om wekelijks, met mijn toenmalige inkomen, precies een volle tank leeg te rijden. De juistheid van het laatste deel van deze berekening werd door de praktijk moeiteloos bevestigd. Het eerste deel was ronduit zwak.

Buiten de benzinedop waren er namelijk meerdere vulopeningen die ook allemaal hun aandacht opeisten. Is een verbruik van 1:40 tegenwoordig niet meer iets waar je van achteroverslaat, in 1979 was dit anders. Temeer daar het hier om het olieverbruik ging. Dit vroeg om krachtige maatregelen. De voorgeschreven Castrol GTX werd daarom vervangen door een kwaliteitsproduct uit de plaatselijke supermarkt. En bovendien 11 liter was toch ook wel erg veel in zo’n motor, dat kon wel wat minder. Even werd overwogen om voortaan brommerbenzine met mengsmering te tanken maar dit werd door sommige deskundigen afgeraden. Tevreden dat de calculatie opnieuw binnen het budget viel reed ik weer rond als een vorst, of beter, als een oliesjeik.


51.000 miles, 151.000 miles, 251.000 miles, 351.000 miles, 451.000 miles……?


Slechts 55000 miles stonden op de teller, de 5 cijferige teller. Niet veel voor een auto van 13 jaar oud. Grappig, op de knop van de versnellingspook waren, als je heel goed keek, nog vaag de cijfers van de versnellingen te zien. Stuurbewegingen verliepen soepeltjes totdat het mechanisme vat kreeg op de wielen, dan werd het andere koek. De stoel had een echte kuipvorm. Waarschijnlijk een zwaar persoon geweest, die vorige eigenaar, de auto hing er nog scheef van. Het rubber van de pedalen was deels verdwenen en nadat het gaspedaal een paar keer stevig was ingetrapt brak het af. Vast en zeker een auto die veel in de stad had rondgereden. Veel optrekken en remmen, het klassieke stampwerk, dat sloopt een auto. De startmotor stond echter zijn mannetje en draaide als een tierelier de motor in de rondte, zelfs met de accu uit een Mini. Het duurde dan overigens wel een poosje voordat hij daadwerkelijk aansloeg, dit was verdacht. Terugkijkend was eigenlijk alles wat bewegen kon of ooit bewogen had tot op de draad versleten. In de tussentijd waren er natuurlijk al plannen gemaakt voor een vakantie naar de westelijke rivièra  van Frankrijk. Waar heb je anders vrienden voor. Om daar te komen hadden we in ieder geval een motor nodig die het minstens een paar honderd kilometer vol hield. En bij volhouden bedoelden we natuurlijk de tank en het oliecarter. Dit bracht ons tot het inzicht dat er dringend professionele hulp nodig was.


Was Audi wel de eerste met een 5 cilinder benzinemotor?

 

 

Die professionele hulp bleek binnen handbereik. Ome IJs Knol, melkboer te Medemblik,  mijn automotive inspirator, wist raad. Vraag eens aan Willem Visser, misschien heeft hij er zin in. Nu moet u weten dat Willem en IJs zo ongeveer een half geplaveid stadsdeel gebruikte als werkplaats en plaatselijk bekend stonden als de “openlucht monteurs”. Dit gaf natuurlijk onmiddellijk het vertrouwen dat het goed zou komen. Willem, auto-gek en tevens automonteur bij Garage Boekel, zag dat klusje wel zitten. En of het geluk nog niet op was mochten we van Herman Boekel ook nog de garage gebruiken. Mensen die Herman gekend hebben weten dat deze geste bijna aan het onmogelijke grensde. Wanneer er iets gedemonteerd moest worden dan probeerde ik de onderdelen in een zodanige volgorde neer te leggen, dat, werkend in de omgekeerde volgorde e.e.a. in grote lijnen weer leek op het oorspronkelijke. Willem niet, die gooide alle kleine en grote onderdelen, bouten, moeren, ringen, veerringen enz. van de complete motor in één bak en zei: maak dat maar even mooi schoon.  “ Ja maar Willem, weet je dan wel hoe het weer in elkaar moet?”  vroeg ik ongerust. Hij keek me over zijn bril aan, trok zijn mondhoek op,  kneep zijn ene oog een beetje dicht en zij niets. Sommige mensen hebben een kort lontje, Willem had er geen. Blussen was dus geen optie. Het enige wat hielp was zéééér geconcentreerd een ringetje schoonpoetsen en na een poosje vragen of het schoon genoeg was. Hiermee voorkomend dat Willem schoon genoeg van jou kreeg. Zoals gezegd, de motor was dus totaal versleten. Lagers, kleppen, zittingen, geleiders, zuigerveren enz., alles moest nieuw.  En zo geschiede. Ondertussen had ik samen met de vrienden, die vanwege de in het vooruitzicht gestelde vakantie meehielpen,  de motorruimte schoongemaakt en geverfd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Uiteindelijk was dan de dag aangebroken dat de vakantie begon. De motor liep als een zonnetje maar dit was de enige associatie met onze gedroomde zonvakantie. Het weer was verschrikkelijk. En dit bleef zo, tot de laatste dag. De eerste camping die we aandeden was compleet geïnundeerd, luchtbedden dreven her en der en overal zag je kampeerders vertwijfeld een tent leeg hozen.  Maar wij hadden ons uiteraard beter voorbereid dan de mensen in dit rampgebied. Wij doorzagen onmiddellijk het probleem en zochten in de omgeving naar een hooggelegen camping en vonden die bovenop een heuvel. Eén plek was nog beschikbaar, pal naast een toiletblok. Beter konden we het niet treffen. Dat we het grondzeil vergeten waren bleek al snel positief uit te pakken. De tent werd hierdoor zelfhozend, al het water dat van boven en van onderen de tent instroomde liep er vanzelf weer uit. Vervolgens werd in dit gebied officieel de noodtoestand afgekondigd en het strand werd een no-go area.  We besloten dus om dan maar een ritje in het binnenland te maken. Dit viel achteraf niet mee. Wegen werden afgezet of waren totaal door het water aan het zicht onttrokken. Inmiddels was er ook een geweldige storm opgestoken. Toen wij na veel omzwervingen op de thuisbasis terugkeerden zag je op deze hooggelegen, en dus vol in de wind staande camping, bij velen slechts het naakter interieur van een tent. Je kent het wel, een tuinstoeltje, gasstelletje, slaapzak. Het tentzeil zelf was door de storm weggerukt en hing ergens in de bomen. Onze tent stond daarentegen, in de luwte van de toiletten, als één van de weinigen nog fier overeind.

 

 Nu denkt u, wat heeft dit allemaal met de 5 cilinder van Audi te maken? Natuurlijk niets, maar dat verband ontstond toen ik, thuisgekomen, ontdekte dat het vertrouwde periodieke plofje uit de uitlaat betekende dat er één cilinder niet meedeed. De klepspeling was namelijk 0,0000mm en dit is te weinig.  We hadden dus duizenden kilometers gereden met 5 cilinders met een gemiddeld brandstofverbruik van 1:10. En ik zeg dit in alle bescheidenheid; een historische gebeurtenis,  die bij Audi  de ogen hebben doen opengaan. Vermoedelijk heeft dit feit ze aangezet tot het ontwerpen van hun baanbrekende en succesvolle 5 cilinder motor!

Inloggen | Bezoekers vandaag: 0 | Totaal bezoekers: 9967
botspeed racing - site by site by Kant en Klare site uw eigen unieke website!