In het algemeen


Hoe is het zo gekomen?

In de winter van 2009-2010 werd er nagedacht over hoe we de 325i zouden kunnen verbeteren, het veld van het YTCC was namelijk een stuk sneller geworden.

Het was ons duidelijk geworden dat de meeste winst kon worden behaald in de wielophanging en het verminderen van het gewicht. Een aantal brainstormsessies later en na het inventariseren van de mogelijkheden, werd duidelijk dat er dan veel tijd en geld zou moeten worden geïnvesteerd.
Eigenlijk moest er meer gebeuren dan dat de auto waard was of in de nabije toekomst zou worden.


Dus wat nu?

Er werd een zoektocht gestart naar een snellere auto die zijn waarde in ieder geval zou behouden en dus de investering waard zou zijn. Met dat criterium kom je eigenlijk al snel uit bij auto's die meegedaan hebben aan races vanaf het moment dat ze de fabriek uit rolden.

Omdat we inmiddels al behoorlijk gecharmeerd waren van de techniek van de 325i (een hele verbetering ten opzichte van het Engelse spul), gingen we op zoek naar een race BMW met historie uit de jaren ‘80. Zo bleven er nog maar een paar types over. Na wat geroken te hebben aan het type 635Csi werd er uiteindelijk toch besloten dat het een E30 moest blijven, en het liefst een M3.

Een BMW E30 M3 ?

Het model E30 is de 3-serie van BMW uit de jaren 1983 tot 1993. Bij BMW had men een motorsport afdeling, het befaamde M-Technik. Deze afdeling had al vele successen behaald op het circuit en snelle uitvoeringen ontwikkelt van de 5- en 6-serie.
Maar voor de E30 gingen ze verder dan ooit.
Het chassis van de ‘normale’ E30 werd verstevigd en verbouwd, ook kwamen er uitgebouwde spatborden, een andere wielophanging, andere versnellingsbak en een motor die volgens het ‘high revolution’ concept werd ontworpen. Deze motor, die de code S14 mee zou krijgen, had een relatief bescheiden motorinhoud van 2,3 (later 2,5) liter verdeeld over 4 cilinders. Hij was ontworpen om zijn vermogen bij relatief hoge toerentallen te ontplooien. Afhankelijk van de versie werd hier zo’n 200 (2,3) tot 235 (2,5) pk uit getoverd door de mensen van M-Technik.
Uiteindelijk bleef van de carosserie alleen de motorkap en het voorraam uitwisselbaar met een reguliere E30.
Al deze wijzigingen hadden maar één doel: er voor zorgen dat BMW een sterk wapen had in de internationale toerwagen racerij. Van de de E30 M3 zijn er zo’n 18.000 exemplaren verkocht voor het reguliere straatgebruik in de periode 1986-1992.

 

Hoe kwamen de auto’s op het circuit terecht?

 

Het begin van iedere ‘race’ E30 M3 begon bij de firma Matter. Zij kregen van BMW volledig kale chassis aangeleverd zonder isolatie, kit of ander nutteloos gewicht.
BMW en Matter hadden goed hun huiswerk gedaan. Ze waren de eerste die de verplichte rolkooi optimaal wisten te benutten. Ze berekenden hoe de buizen moesten worden vormgegeven en waar hij op het chassis moest aansluiten en wisten zo van de nood een deugd te maken: de stijfheid van het chassis werd enorm vergroot. Bij Matter lastte (alleen in het eerste jaar werd er nog van bouten gebruikgemaakt) men deze rolkooien in de chassis. De vorm van de kooi vertelt iets over het bouwjaar van de auto, ze werden namelijk steeds ingewikkelder om zo de stijfheid steeds meer te optimaliseren. De stijfheid van de E30 M3 was de basis voor zijn fenomenale wegligging.De kale chassis werden vanaf hier verder gedistrubueerd naar grote en kleine teams.
 Bij BMW Motorsport kon (en kan) men bijna alles bestellen wat men verder nodig had, maar sommige teams ontwierpen ook zelf kleine onderdelen zoals een dashboard of een verlenging voor de stuurkolom. De onderdelen die BMW in de aanbieding had waren in het begin nog nagenoeg hetzelfde als de onderdelen die in de fabriek op de reguliere straatauto’s werden gemonteerd. Zodra de M3 op het circuit verscheen werden er echter constant onderdelen verstevigd, verbeterd of totaal herontworpen om het ruige leven op het circuit aan te kunnne. Zo werd de race M3 steeds krachtiger, sneller en geavanceerder. De onderdelen die op een auto gemonteerd zitten vertellen dus ook iets over het bouwjaar en de toepassing van de auto.
Er waren heel wat teams die auto’s bouwden. De meest bekende waren Alpina, Schnitzer, Linder, Cibiemme en Zakspeed. Natuurlijk kregen de auto’s vele verschillende kleurstellingen aan de buitenkant, maar de grote teams maakten er een gewoonte van om het chassis  van hun auto’s in de eigen karakteristieke kleur uit te voeren. Zo was een Schnitzer rood, een Linder paars en een Alpina wit.
Al met al zijn er rond de 300 Matter chassis gemaakt, waarvan er velen gesneuveld zijn in het harnas.

 

 

Inloggen | Bezoekers vandaag: 0 | Totaal bezoekers: 9967
botspeed racing - site by site by Kant en Klare site uw eigen unieke website!